29 feb 2016

Vrijspraak ondanks 'herkenningen agenten

De rechtbank Noord-Holland heeft client vrijgesproken van 2 feiten (diefstal/vernieling) waarbij hij door meerdere agenten zou zijn herkend als dader. De rechtbank heeft zelf kennis genomen van de beelden en vastgesteld dat de verdachte er weliswaar op lijkt, maar dat dit niet voldoende is om tot een bewezenverklaring te komen. Omdat de verdachte onvoldoende duidelijk is beeld is, wordt ook aan de herkenningen van de agenten voorbij gegaan.

Overwegingen rechtbank:

Feit 3:

In het dossier bevinden zich vijf prints (stills) van bewegende camerabeelden. Op vier daarvan is een persoon te zien, die overduidelijk de inbraak bij de Dekamarkt pleegt en er vervolgens op een scooter vandoor gaat. Ter zitting verklaarde verdachte dat hij zichzelf niet herkende en dat hij geen kleding had zoals de kleding die de dader droeg. Naar eigen waarneming van de rechtbank zou het echter heel wel verdachte kunnen zijn, die op de stills staat, maar de rechtbank is desondanks van oordeel dat dit te weinig is om verdachte met voldoende mate van zekerheid erin te herkennen. Hierbij geldt met name dat de stills hiervoor te vaag zijn. Om dezelfde reden wordt aan de herkenningen van verdachte door twee verbalisanten van deze stills onvoldoende bewijswaarde toegekend en moet verdachte van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 4:

Ter zitting zijn bewegende beelden bekeken van de beveiligingscamera’s bij het Westfries Gasthuis in Hoorn. Van de twee personen die bij de betaalautomaat te zien zijn, is van één persoon een deel van het gezicht onder een capuchon te zien. De rechtbank merkt daarbij op dat het naar haar eigen waarneming heel goed verdachte zou kunnen zijn die op de beelden te zien is. Hij past, als het ware, in het profiel. De rechtbank is echter van oordeel dat dit te weinig is om verdachte met voldoende mate van zekerheid erin te herkennen, met name gelet op het feit dat het gezicht niet geheel te zien is. Daarom wordt aan de herkenningen van verdachte door twee verbalisanten van foto’s van deze bewegende beelden onvoldoende bewijswaarde toegekend en moet verdachte ook van dit feit worden vrijgesproken.

Bij voorgaande twee feiten heeft de rechtbank meegewogen wat de raadsman ter zitting heeft opgemerkt, namelijk dat de desbetreffende twee agenten “vissen uit een vijver van mensen die zij kennen”. Het is dus niet zozeer dat deze agenten niet worden geloofd, maar meer dat terughoudend moet worden omgegaan met het gebruik van deze herkenning voor het bewijs.

Hele uitspraak:http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNHO:2016:1575

i q d

Deel dit bericht via: